Personen met variaties in sekse-kenmerken zijn lang geen expliciete doelgroep geweest van een Vlaams (of federaal) gelijkekansenbeleid. Sinds 2016 is daar gestaag verandering in gekomen, met door de overheden gefinancierde onderzoeken die de thematiek in Vlaanderen en België verder hebben gepolst en in kaart gebracht (Callens et al.; 2016; Callens et al., 2017) en waaruit ook enkele concrete beleidsmaatregelen zijn gevolgd.

 

Zo is dit informatieplatform er gekomen met steun van de Vlaamse minister voor Gelijke Kansen Liesbeth Homans (N-VA). Maar ook op federaal vlak lopen er initiatieven, van het organiseren van klankbordgroepen die zorg in ons land beter moet organiseren tot het ontwikkelen van informatiebrochures voor ouders en jongeren.

 

Deze toegenomen beleidsaandacht voor het thema is broodnodig. Er is immers een veelheid aan noden en vragen gesignaleerd om een verder gelijke kansen-, maar ook welzijns-, gezondheids-, gezins-, en jeugdbeleid te ontwikkelen dat actief inspeelt op de specifieke behoeften van de doelgroep, en de strijd aanbindt met stereotiepe opvattingen over biologische seksevariaties, met evenwel ook aandacht voor diversiteit binnen de intersekse/DSD gemeenschap zelf.

 

Hier staan we stil bij de initiatieven die het zgn. LGBTI -beleid neemt, en geven we een opsomming van welke instanties of organisaties er op dit terrein actief zijn. Eerst staan we even stil bij de discussie over het samenvoegen van het thema intersekse bij het LGBT–beleid.

 

LGBT + I?

Binnen een gelijkekansenbeleid wordt (internationaal) gestreefd naar bevordering van de maatschappelijk acceptatie van variaties in sekse/kenmerken, intersekse/DSD, verankering in juridische kaders en verandering in bewustwording in de samenleving en medische praktijken. De positie van kinderen neemt hierbij een centrale plaats in. Kinderen en jongeren vormen een potentieel kwetsbare groep, omdat medische behandelingen soms op vroege leeftijd plaatsvinden en ze niet kunnen betrokken worden bij besluitvorming (COC, 2013; Raad van Europa, 2013).

 

Er is discussie of deze weg naar acceptatie, juridische omkadering en bewustwording kan versneld worden door de I van intersekse, toe te voegen aan de LGBT-(lesbian, gay, bisexual and transgender) groep, een groep waar er reeds enkele decennia een gelijkekansenbeleid voor wordt gevoerd op verschillende beleidsniveaus.

 

Hoewel vooral internationaal LGBT-organisaties, mensenrechtenorganisaties en politieke groeperingen al sinds 2008 de I van intersekse hebben toegevoegd, is ook in die organisaties de participatie van mensen met een intersekse-conditie/DSD gering (NNID, 2013).Sommige mensen met een intersekse-conditie zijn dan ook van mening dat de I in LGBTI staat voor isolated of invisible (NNID, 2013).  

 

Rondvraag onder ervaringsdeskundigen (NNID, 2013; Callens, Longman & Motmans, 2017) toont ook aan dat er gemengde gevoelens zijn met betrekking tot het toevoegen van een I aan LGBT. Hierbij keren twee argumenten regelmatig terug:

(1) dat veel mensen met variatie in sekse-kenmerken zich niet (willen) associëren met het woord Intersekse (noch DSD). Een variatie op hetzelfde argument is dat veel mensen met een intersekse-conditie zich niet willen associëren met de LGBT-groep. Maar ook veel homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuele mannen en vrouwen, en transgender personen associëren zich niet met de LGBT-organisaties.

(2) dat door het combineren van LGBT en I, intersekse hierdoor verward zou kunnen worden met homoseksualiteit of transgender, en de betrokkenen zelf weinig raakvlakken met deze groepen zien.

 

Echter, hetgeen wat L, G, B, T en I wel met elkaar gemeen hebben, zijn belemmeringen die kunnen voortvloeien uit normativiteit, gevoeligheden en beeldvorming op het gebied van sekse, gender en seksualiteit. Vanuit een genderkritisch perspectief is het dus nuttig om blijvend de beperkingen van het binaire sekse- gender-denken aan te kaarten en te werken aan een bredere bewustzijnsverruiming rond sekse- en gendervariatie, onder stakeholders én in de bredere maatschappij. Tegelijkertijd moet er gewaakt worden vanuit een emancipatorisch perspectief voor een eventuele ‘coöptatie’ van DSD/intersekse voor bepaalde politieke agenda’s, over de hoofden en lichamen van de betrokkenen zelf (Motmans & Longman, 2017). Het is van belang om in eventuele ontwikkeling binnen het gelijkekansenbeleid rekening te houden met de gesignaleerde gevoeligheden en het ontbreken van een groepsidentiteit bij personen met een variatie in sekse-kenmerken (van Lisdonk, 2014). Dit stelt grote uitdagingen naar representatie in het middenveld, en noopt tot het aanvaarden van de onmogelijkheid van een eenduidig aanspreekpunt. Ons inziens is een diverse klankbordgroep de enige werkbare manier om de overheid een aanspreekpunt te bieden voor deze thematiek.

 

OVERZICHT GELIJKEKANSENBELEIDSTHEMA'S

EN STAKEHOLDERS

In België is er erg recent aandacht gekomen op beleidsniveaus voor het thema intersekse/DSD. Het sleutelmoment zit vervat in het “Interfederaal Actieplan tegen discriminatie en geweld ten aanzien van LGBTI-personen”, waar voor het eerst expliciet aandacht zit voor intersekse personen. Het plan somt 115 maatregelen op die genomen zijn of worden vanuit verschillende beleidsniveaus, waaronder ook enkele (5) initiatieven op het thema intersekse, met het oog op zichtbaarheid van de groep en het taboe errond te doorbreken. Tot op heden zijn die initiatieven beperkt tot het beleidsdomein Gelijke Kansen, en nemen enkel de Vlaamse en de federale overheid hierin de volgende concrete initiatieven:

 

Vlaamse Overheid - Gelijke kansen:

o    Oprichting centraal informatieplatform m.b.t. intersekse/DSD

 

Federale Overheid - Gelijke kansen:

o    De oprichting van klankbordgroepen voor personen met een intersekse/DSD-conditie.

o    Het zoeken naar een uniforme terminologie en definitie voor personen met intersekse/DSD.

o    Het opstellen van twee informatiebrochures omtrent intersekse/DSD personen.

o    Het opstellen van een zorgkaart van hulpverleners in de intersekse/DSD thematiek in België.

 

Een internationaal overzicht van de initiatieven, resoluties en andere documenten met aandacht voor het thema intersekse in het veld van gelijkekansen (en mensenrechten) kan je hier terugvinden.

 

 

STAKEHOLDERS IN HET VELD VAN GELIJKE KANSEN

 

Stakeholders zijn individuen of groepen die in positieve of negatieve zin invloed ondervinden of zelf invloed kunnen uitoefenen op het leven van personen met intersekse/DSD. Dit kan zijn omdat zij het gelijkekansen beleid voor deze doelgroep bepalen, de zorg organiseren, of een belangenorganisatie behartigen. Ook lotgenotenverenigingen spelen een belangrijke rol, maar worden elders uitgebreider besproken.

 

BELANGENGROEPEN
POLITIEKE ACTOREN
ZORG ACTOREN

  • Zuhal Demir is federaal Staatssecretaris voor (o.a.) Gelijke Kansen. Zij coördineerde het interfederale actieplan en nam op het vlak van onderzoek en informatieverstrekking m.b.t. intersekse reeds enkele initiatieven  

     > Beleidsbrief 2017-2018 (PDF)

  • Çavaria is de Vlaamse koepel voor LGBT verenigingen. Zij brengt het intersekse thema onder de aandacht door hierover te berichten via haar communicatiekanalen en volgt evoluties met betrekking tot het thema en de intersekse gemeenschap op.

  • Liesbeth Homans is minister voor o.a. Gelijke Kansen voor het Vlaamse Gewest. Zij nam op het vlak van onderzoek en informatieverstrekking m.b.t. intersekse reeds enkele initiatieven.

     > Beleidsbrief 2017-2018 (PDF)

  • Zij wordt hierin ondersteund door het team Gelijke Kansen binnen het Agentschap Binnenlands Bestuur

     

Centrum voor aandoeningen    van de geslachtsontwikkeling​ met multidisciplinair team  

Coördineren en werken nauw samen met andere Vlaamse universitaire centra UZA Antwerpen, UZ Leuven, Virga Jesse Hasselt, AZ Sint Jan Brugge

  • Bianca De Baets is bevoegd voor Welzijn, Gezondheid, Gezin en Gelijke Kansen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zij nam tot op heden nog geen initiatieven m.b.t. intersekse

     

Klinefelter kliniek​ met multidisciplinair team  

  • HUDERF (vooral voor CAH)

  • UCL (voor CAH)

  • Alda Greoli is bevoegd voor Volksgezondheid en Gelijke Kansen binnen het Waalse Gewest. Zij nam tot op heden nog geen initiatieven m.b.t. intersekse.

  • Isabelle Simonis is o.a. bevoegd voor Jeugd, Vrouwenrechten en Gelijke Kansen in de Franse Gemeenschapsregering, en ondernam ook nog geen initiatieven m.b.t. intersekse

     

  • CHU Dinant Godinne Namur

EUROPA
BELGIË
VLAANDEREN
BRUSSEL
WALLONIË

Bronnen


Callens, N., Longman, C., & Motmans, J. (2016). Terminologie & zorgdiscours m.b.t. DSD/intersekse in België. Beleidsrapport in opdracht van Federale Staatssecretaris voor Gelijke Kansen. Universiteit Gent. Callens, N., Longman, C., & Motmans, J. (2017). Intersekse/DSD in Vlaanderen. Beleidsrapport in opdracht van Vlaamse Minister voor Gelijke Kansen. Universiteit Gent. COC (2013). LHBTI kinderen in Nederland: Rapportage over de leefwereld en rechten van een vergeten groep kwetsbare kinderen. Amsterdam: COC. Motmans, J. & Longman, C. (2017). Wat maakt het verschil? Een genderkritisch perspectief op het thema intersekse. Tijdschrift voor Seksuologie, 41 (2), 68-77. Nederlands Netwerk Intersekse/DSD (2013). Standpunten en Beleid, Nijmegen, the Netherlands. Raad van Europa (2013). Children’s right to physical integrity (Resolution 1952, 2013). Straatsburg: Raad van Europa. van Lisdonk, J. (2014). Leven met intersekse/dsd: Een verkennend onderzoek naar de leefsituatie van personen met intersekse/dsd. Den Haag, Nederland: Sociaal en Cultureel Planbureau.





© 2018 

Design & illustrations

by Nina Callens

Met de steun van