In de wetenschappelijke-medische literatuur wordt zelden gesproken over discriminatie op grond van variaties in sekse-kenmerken. In rapporten van belangenbehartigers en mensenrechtenactivisten is dit wel het geval (o.a. OII-Europe & ILGA-Europe, 2015; FRA, 2015; Ghattas, 2013; NNID, 2013).

Zo kan discriminatie gebaseerd zijn op basis van zichtbare fysieke verschillen, maar ook op wat anderen zien als ‘gender non-conform’ gedrag of uiterlijk (Mensenrechtencommissaris Raad van Europa, 2015).  Het kan gaan om directe of indirecte discriminatie bij de toegang tot gezondheidszorg (Hollenbach et al., 2014), bijvoorbeeld wanneer een medische behandeling enkel beschikbaar is voor het ene of het andere geslacht, ondanks de aanwezigheid van incongruente geslachtskenmerken of bij de terugbetaling van medicatie en onderzoeken. Daarnaast komt discriminatie ook voor bij de toegang tot sportwedstrijden. 

 

Uit de Vlaamse studie kwam onder meer naar voor dat personen met een intersekse/dsd-conditie, waarvan deze conditie niet zichtbaar is, niet noodzakelijk te maken krijgen met discriminatie (Callens et al, 2017). Bovendien blijkt uit onderzoek naar discriminatie (of non-acceptatie) dat personen met intersekse/dsd onwenselijke reacties van anderen mogelijks niet ervaren als  discriminatie, omdat er in hun omgeving weinig sprake lijkt te zijn van moedwillig kwetsen of een intentie om negatief te reageren (van Lisdonk, 2014; van Lisdonk & Callens, 2017).

Toch wordt gesteld dat de groep in z'n geheel bijzonder kwetsbaar is voor taboe en mogelijke maatschappelijke stigmatisering . Bij sommige personen kan dat aanleiding geven tot pesterijen, uitsluiting  en/of geweld - wat dus onder de noemer discriminatie valt (Mensenrechtencommissaris Raad van Europa, 2015). 

We geven een overzicht van het (beperkte) onderzoek naar hoe vaak en op welke terreinen discriminatie op grond van seks-kenmerken voorkomen. We staan ook stil bij in hoeverre mensen met variaties in seksekenmerken beschermd worden door wetgeving op het gebied van antidiscriminatie. In een aantal Europese landen (zoals Malta, Nederland, Griekenland) is er juridische aandacht; in België of Vlaanderen is dat (nog) niet het geval.

Heb je zelf een klacht?  Die kan je melden bij het Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, de Vlaamse ombudsdienst of het Kindercommissariaat.

 

(ANTI)DISCRIMINATIE ONDERZOEK

Of personen met een variatie in seksekenmerken en/of hun families discriminatie ervaren en op welke schaal dit voorkomt, is onduidelijk, omdat het thema weinig tot geen aandacht krijgt in onderzoek (Agius en Tobler 2012).

 

Op basis van de beschikbare informatie worden de domeinen van school, sport en educatie en werkgelegenheid als mogelijk problematisch gezien (Ghattas, 2013; Jones et al., 2016; Jordan-Young, Sönksen, & Karkazis, 2014; OII-Europe & ILGA-Europe, 2015; Strandqvist et al., 2014; Van Lisdonk, 2014). Ook zorg kan een domein zijn waar mensen met een variatie in sekse-kenmerken niet op gelijke voet behandeld worden (Hollenbach et al., 2014). Stilaan komt er meer aandacht voor discriminerende behandelingen in de zorg en daarmee samenhangende schadevergoedingen (zie ook European Union FRA, 2015).

 

Uit de weinige literatuur blijkt dat de volgende thema’s als onheuse behandeling worden ervaren:  

  • In de praktijk is er vaak een (multidisciplinaire) zorginfrastructuur voor kinderen en jongeren, maar voor volwassenen is dat niet het geval (Ghattas, 2013)

  • Er zijn voorbeelden dat volwassenen met variaties in sekse-kenmerken en hun families vooroordelen over gender(identiteit) ervaren of ongepast worden aangesproken en behandeld, zowel in grotere expertise-centra als in lokale ziekenhuizen (Hollenbach, et al., 2014; Van Lisdonk, 2014).

  • De ongepaste aandacht voor genitaliën en genitale onderzoeken, vaak door artsen-in-opleiding, wort ervaren als stigmatiserend (Meyer-Bahlburg, Khuri, Reyes-Portillo, & New, 2016).

  • Genitale heelkunde en andere medische behandelingen worden meestal helemaal terugbetaald, wat voor psychologische behandeling beperkt of niet het geval is. Dit maakt dat verschillende zorgtrajecten in de praktijk ongelijkwaardig zijn en dat het aanwenden van deze minder invasieve zorg onder druk staat (Callens et al., 2017).

 

(ANTI)DISCRIMINATIEBEPALINGEN

Vlaanderen


Het Vlaamse Decreet houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid (2008) werd in maart 2014 uitgebreid en vermeldt expliciet genderidentiteit en genderexpressie als beschermde gronden, naast geslacht en geslachtsverandering. Het decreet specificeert bovendien de domeinen waarbinnen discriminatie niet kan. Het gaat om werk, gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, mobiliteit, cultuur, jeugd, sociale voordelen en toegang tot en deelname aan economische, sociale, culturele of politieke activiteiten buiten de privésfeer.

Hoewel sekse-kenmerken niet als aparte grond worden vermeld, lijkt de wetgever hen wel te willen includeren. Bij het toevoegen van de gronden genderidentiteit en genderexpressie, werd in de memorie van toelichting het volgende gesteld: “Deze nieuwe beschermde kenmerken worden voornamelijk geïntroduceerd om een uitgebreide bescherming tegen discriminatie te garanderen voor alle transgender personen, met inbegrip van travestieten, interseksuelen, en andere gendervariante personen. Ze zijn bij uitbreiding echter evenzeer toepasbaar op eenieder met een gendernormoverschrijdende genderidentiteit en/of -expressie.” (p.6)

De wetgever vermeldt ‘interseksuelen’ (een verouderde en onjuiste term) dus als behorende tot de groep transgender personen, met de bedoeling hen ook enige vorm van bescherming te bieden. Transgender en intersekse betekenen echter niet hetzelfde. Het eerste slaat op een ervaren genderidentiteit die afwijkt van het toegekende geboortegeslacht, maar waarbij het geboortegeslacht geen variatie in seksekenmerken vertoont. Het kan natuurlijk wel dat iemand een variatie in seksekenmerken heeft én transgender is. Echter, de overgrote meerderheid van personen met een variatie in seksekenmerken twijfelen niet aan hun genderidentiteit en zullen nooit stappen ondernemen om hun geslachtsregistratie aan te passen (OII-Europe, 2015).

Bron:

Ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid - Stuk 2413 (2013-2014), Nr. 1, 30 januari 2014; en Stuk 2413 (2013-2014) – Nr. 3, 19 maart 2014 (Tekst aangenomen door de plenaire vergadering)




Federaal


België beschikt over drie antidiscriminatiewetten:

  • de wet ter bestrijding van racisme en xenofobie,
  • de wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (genderwet)
  • de wet ter bestrijding van discriminatie op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, een fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst.

Sekse-kenmerken of variaties in seksekenmerken of intersekse worden nergens in deze wetteksten vermeld. Dit kan zorgen voor een verschil in interpretatie bij rechtsgeleerden; sommigen zullen het opvatten als horende onder de grond ‘geslacht’, en dus als deel van de zgn. genderwet, waarbij anderen dat niet zo kunnen interpreteren. Als uit rechtspraak zou blijken dat rechters deze bestaande beschermde criteria niet van toepassing menen te vinden voor non-binaire/intersekse/variaties in sekse-kenmerken, is er een nood aan een specifieke bescherming. Door gebrek aan rechtszaken blijft dit voorlopig onduidelijk.





 

INFO MELDPUNT

HEB JE EEN KLACHT?
Voor klachten op basis van sekse-kenmerken zou je, net als voor discriminatie op grond van geslachtsverandering, genderidentiteit en genderexpressie,  terecht moeten kunnen bij het federale Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen of bij de Vlaamse ombudsdienst. Deze hebben elk hun eigen bevoegdheden, maar ze zullen je zonder probleem helpen om bij de juiste instantie terecht te komen. Pesterijen op het werk meld je in eerste instantie bij de preventieadviseur. Als kind/ jongere, ouder of professional kan je ook een klacht neerleggen bij de Klachtenlijn van het Kindercommissariaat.

Het federale Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
 

Je kan  zelf klacht neerleggen bij het Instituut via het invullen van het meldingsformulier op de website.

Indien je graag meer informatie wenst vooraleer een klacht in te dienen, dan kan je altijd vrijblijvend contact opnemen via het groene nummer 0800/12 800 (kies nummer 1 in het menu).

 

Vlaamse ombudsdienst


Je kan de Vlaamse Ombudsdienst bereiken:

-bellen op het gratis nummer 1700 (elke werkdag van 9 tot 19 uur)
-mailen: klachten@vlaamseombudsdienst.be
-online klachtenformulier 

 

Klachtenlijn Kindercommissariaat

 

-Via deze online beveiligde link

-Bellen op het nummer 0800/ 20 808
elke werkdag van 9u tot 17u, vrijdag tot 16u
schoolvakanties van 9u tot 16u

- mailen: klachtenlijn@kinderrechten.be

Vlaanderen


Het Vlaamse Decreet houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid (2008) werd in maart 2014 uitgebreid en vermeldt expliciet genderidentiteit en genderexpressie als beschermde gronden, naast geslacht en geslachtsverandering. Het decreet specificeert bovendien de domeinen waarbinnen discriminatie niet kan. Het gaat om werk, gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, mobiliteit, cultuur, jeugd, sociale voordelen en toegang tot en deelname aan economische, sociale, culturele of politieke activiteiten buiten de privésfeer.

Hoewel sekse-kenmerken niet als aparte grond worden vermeld, lijkt de wetgever hen wel te willen includeren. Bij het toevoegen van de gronden genderidentiteit en genderexpressie, werd in de memorie van toelichting het volgende gesteld: “Deze nieuwe beschermde kenmerken worden voornamelijk geïntroduceerd om een uitgebreide bescherming tegen discriminatie te garanderen voor alle transgender personen, met inbegrip van travestieten, interseksuelen, en andere gendervariante personen. Ze zijn bij uitbreiding echter evenzeer toepasbaar op eenieder met een gendernormoverschrijdende genderidentiteit en/of -expressie.” (p.6)

De wetgever vermeldt ‘interseksuelen’ (een verouderde en onjuiste term) dus als behorende tot de groep transgender personen, met de bedoeling hen ook enige vorm van bescherming te bieden. Transgender en intersekse betekenen echter niet hetzelfde. Het eerste slaat op een ervaren genderidentiteit die afwijkt van het toegekende geboortegeslacht, maar waarbij het geboortegeslacht geen variatie in seksekenmerken vertoont. Het kan natuurlijk wel dat iemand een variatie in seksekenmerken heeft én transgender is. Echter, de overgrote meerderheid van personen met een variatie in seksekenmerken twijfelen niet aan hun genderidentiteit en zullen nooit stappen ondernemen om hun geslachtsregistratie aan te passen (OII-Europe, 2015).

Bron:

Ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid - Stuk 2413 (2013-2014), Nr. 1, 30 januari 2014; en Stuk 2413 (2013-2014) – Nr. 3, 19 maart 2014 (Tekst aangenomen door de plenaire vergadering)




Federaal


België beschikt over drie antidiscriminatiewetten:

  • de wet ter bestrijding van racisme en xenofobie,
  • de wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (genderwet)
  • de wet ter bestrijding van discriminatie op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, een fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst.

Sekse-kenmerken of variaties in seksekenmerken of intersekse worden nergens in deze wetteksten vermeld. Dit kan zorgen voor een verschil in interpretatie bij rechtsgeleerden; sommigen zullen het opvatten als horende onder de grond ‘geslacht’, en dus als deel van de zgn. genderwet, waarbij anderen dat niet zo kunnen interpreteren. Als uit rechtspraak zou blijken dat rechters deze bestaande beschermde criteria niet van toepassing menen te vinden voor non-binaire/intersekse/variaties in sekse-kenmerken, is er een nood aan een specifieke bescherming. Door gebrek aan rechtszaken blijft dit voorlopig onduidelijk.





© 2018 

Design & illustrations

by Nina Callens

Met de steun van